Kritische Klassieken 27
- Het keerpunt
Een levensbericht
Het keerpunt, de autobiografie van Klaus Mann (1906-1949) vormt de neerslag van een uitermate bewogen en strijdbaar leven, vol dynamiek, hoop, teleurstelling en desillusie. Hij geeft niet alleen een intieme inkijk in zijn eigen ontwikkeling als avontuurlijke outsider, maar vertelt ook vele details over zijn beroemde ouders. Het hectische culturele leven in de jaren twintig met de hyperinflatie tijdens de Weimarrepubliek en het gevaarlijke bestaan van emigranten na de Machtübernahme door de nazi’s in 1933 zijn zelden zo levendig en ontroerend beschreven.
Klaus Mann werd al vroeg anti-fascist, om precies te zijn toen hij als achttienjarige in 1925 in Rome was. Aanvankelijk niet zo zeer uit politieke overtuiging, maar omdat het protserige en agressieve machtsvertoon van Mussolini een haast fysieke afkeer bij hem opwekte. ‘Het Italië van Mussolini kon je niet liefhebben. Dan ging het er bij ons, in het republikeinse Duitsland, in vergelijking nog democratisch en vredelievend aan toe.’ Het duurde niet lang voordat dat een wensdroom bleek. In 1930 schreef hij aan zijn vriend Ricki Hallgarten: ‘Ik ben bang voor de Hitler-dictatuur.’
Klaus Mann was wars van elke vorm van nationalisme. Het keerpunt is de geschiedenis van een Duitser die Europeaan, van een Europeaan die een wereldburger wilde worden. Na de oorlog moest hij inzien dat zijn laatste hoop, een verenigd democratisch Europa tussen de nieuwe machtsblokken werd vermalen. De verdeeldheid onder de Europese intelligentsia en de Koude Oorlog maakte een eind aan zijn laatste illusie. Op 21 mei 1949 pleegde hij in Cannes zelfmoord.
‘Ik kan me voorstellen dat iemand deze monumentale biografie zou laten liggen omdat het met zijn zeshonderd pagina’s een haastige lezer afschrikt, maar van iemand die met Het keerpunt begint weet ik zeker dat hij het in één adem uitleest, van het lichte bijna ‘tänzelnde’ begin tot het bijna wanhopige einde.’
– Gerda Meijerink in Vrij Nederland


























